Historie2018-07-26T23:46:42+00:00

HISTORIE

In 1874 meenden enkele Puthers dat het tijd werd, dat Puth ook een fanfare kreeg. Te voet trokken zij naar Maastricht en kochten bij de firma Korn uit eigen zak een aantal instrumenten. In het schoollokaal werden de repetities gehouden. De blazers waren hun instrument allerminst meester; menige valse noot zal dan ook weerklonken hebben en waarschijnlijk was dat voor de toenmalige directeur dhr. J. Ramakers uit Geleen rede om de dirigeerstok over te dragen aan dhr. P.T. Diederen die het jonge korps tot hoge muzikale prestaties bracht.

Zoals zo vaak blijken goede dingen te kort te duren. In 1897 gistte het aan de bestuurstafel met het jammerlijke gevolg dat enkele leden uittraden en een eigen muziekgezelschap oprichtten. De afscheiding, die in de eerste jaren als ramp werd beschouwd, zorgde echter voor onderlinge wedijver wat resulteerde in een ongekende bloei in beide verenigingen.

In 1928 werd op initiatief van de toenmalige voorzitter Donners deelgenomen aan het Internationale Concours te Tilburg. Bekroond en gelauwerd kwam St. Caecilia uit het strijdperk: 1e prijs, 1e afdeling met lof, Ere-prijs voor het hoogst aantal punten Afdeling Fanfares en de Directeursprijs. In 1931 werd in Zeist alles nog eens dunnetjes over gedaan. Zo behaalde St. Caecilia in de fanfare-klasse naast de 1e prijs afd. Uitmuntendheid met lof, de Ere-prijs en de 1e prijs in de ere-wedstijd, tevens beslag te leggen op de Directeursprijs en de door H.M. Koningin Wilhelmina ter beschikking gestelde medaille voor het maximum aantal punten van het gehele concours.

In 1939 op 2e pinksterdag 29 mei werd in Haarlem deelgenomen aan een concours, waarbij van alle deelnemende corpsen het hoogste aantal punten werd behaald ( uitkomend in de superiere afdeling ). In het blad Musica werd vol lof en met ontzag geschreven over dit concours, waar met het verplichte werk: “De Pacificatie van Gent” en het keuzewerk: “Le Roi de Lahore” een eerste prijs met 444 punten en felicitatie van de jury werd behaald.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden de muziekverenigingen gedwongen zich aan te sluiten bij de “Kulturkammer”. De zich “Koninklijk” voelende fanfare weigerde, hetgeen tot gevolg had, dat de vereniging opgeheven werd, het archief door de Duitsers geplunderd werd de instrumenten ingeleverd moesten worden en dat niets aan het bestaan van de fanfare mocht herinneren. De muzikanten zochten alle oude instrumenten op en kwakten deze in een hoek van cafe Kicken, het repetitielokaal in die tijd, waar de inlevering moest plaatsvinden. De goede instrumenten verdwenen naar hooizolders,schuren, varkensstallen en naar andere plaatsen, waar de bezetter ze niet kon vinden. Een instrument werd zelfs verstopt in de “bedkoetsj” van oma Snackers te Hegge. In het geheim werd gerepeteerd, zodat op 18 sept. 1944 met het nog aanwezige materiaal meteen gestart kon worden met de repetities in de bakkerij van Henri Kicken.

In 1947 knoopte de fanfare relaties aan met de muziekvereniging Apollo uit Zaandijk. Er werd een formidabel concert gegeven. De Zaanse kranten stonden er bol van. Maar het feit dat de Putherse muzikanten dorstig waren en best wel een biertje lustten zorgde voor wat strubbelingen. Paul Vaessen en Willem Meijers hadden kennelijk wat gerstenat genuttigd waarvan de gastheren, die kennelijk van de “Blauwe Knoop” waren, niet gediend waren. Zij beten hun gasten toe:”ik ruik drank, eruit!” Overigens waren de Limburgers erg behulpzaam toen de waard van hotel “De Waakzaamheid” het tappen niet meer kon bijhouden. Binnen de korste keren was de biervoorraad op en moest vanuit Amsterdam een nieuwe zending besteld worden. De waard sprak nadien van een record. Hij had in drie dagen tijd meer omzet gehaald dan anders in een heel jaar.

Op 5 aug. 1948 vierde koningin Wihelmina haar gouden jubileum en tevens vierde de stad Den Haag haar 700 jarig bestaan. De fanfare van Puth werd op het stadhuis in Den Haag ontvangen en toegesproken door de wethouders. Ook werd er deelgenomen aan het nationaal festival aldaar. Directeur Henri Henssen had als werken uitgekozen de ouverture Stiffelio van Verdi en Finlandia van Sibelius. De jury was verrukt en na afloop zei een der juryleden:”Het is de beste fanfare tot nu toe gehoord”. In de jaren 1949,1950 en 1951 bracht de vereniging menigmaal een serenade bij de behouden terugkeer van de militairen die ons vaderland overzee gediend hadden in het verre toenmalige Nederlands Indie.

Op 7 feb. 1954 werd bij gelegenheid van het 25-jarige ambtsjubileum van burgemeester Kruyen het predikaat “Koninklijk” uitgereikt. H.M. de Koningin verleende dit eervolle predikaat als erkenning van de verdiensten van de vereniging in de Limburgse muziekwereld. ( Het predikaat “Koninklijk” kan als regel slechts een vereniging in een bepaalde gemeente krijgen.)

Een bestuurscrisis zorgde in 1956 ervoor dat een aantal bestuursleden en enkele muzikanten die voorheen een enorme staat van dienst bij de vereniging hadden opgebouwd, zich genoodzaakt zagen uit de fanfare te treden. Dankzij het toetreden van Frits Maas, Mei Meufels ( secretaris-peningmeester ) en Hoeber Hermens als nieuwe voorzitter werd de vereniging overeind gehouden.

Directeur Henri Henssen komt op 24 jan. 1964 te overlijden zijn zoon Piet, die al jarenlang als sopranist aan de vereniging verbonden was, volgde hem op. Na 55 jaar lidmaatschap waarvan 40 als directeur, is hij de man, waaraan de fanfare al haar grote successen, haar muzikale bloei en haar uitstekende positie binnen de Limburgse muziekwereld te danken heeft.

Na een jaar van problemen werd in 1965 door toedoen van Gerrit Gerritsen een drumband in het leven geroepen.Tot dan toe kende de fanfare slechts een of hooguit drie tamboers nl. Jan Tilmans, Frits Maas en Karl Janssen. Het was koninginnedag 1966 toen voor het eerst met tromgeroffel van een 15 tal -in rode sweaters gestoken- fiere tamboertjes, allemaal in de leeftijd van 9-13 jaar, werd uitgetrokken. De jongens groeiden op, haalden de nodige prijzen, werden ouder, kregen “iets aan de arm” en lieten de drumband voor het was. Ondanks de inspanning van Karl Janssen lukte het niet meer zo’n groep, die het klappen van de zweep kende, bijeen te krijgen.

Met 305,5 punten kwam St. caecilia in 1976 terug van een concours te Heksenberg. Uitzending naar de landskampioenschappen te Etten-Leur volgde en met 317,5 punten prolongeerde Puth zijn titel als “Vice-Meister”.

Het jubofeest bestaande uit een 7 daags feest ter gelegenheid van huldiging van een zestal jubilarissen en de toewijzing van een bondsconcours, wordt in 1981 door de fanfare georganiseerd. Dit zou een van de laatste bondsconcoursen zijn welke in een tent georganiseerd zouden worden. De organisatie van dit feest kan prima genoemd worden. In het maandblad St. Caecilia, een uitgave van de Katholieke Federatie van Muziekbonden in Nederland, werd met de loftrompet gezwaaid over dit feest en aan andere verenigingen tot voorbeeld gesteld.

In 1985 nam de vereniging deel aan het WMC te Kerkrade in de nieuw te vormen concertafdeling. St. Caecilia was op 7 juli de eerste ter wereld die een uur lang zijn kunnen moest tonen in deze afdeling. Een minuut voor de uitvoering sloeg het noodlot toe, vanaf de jurytafel kreeg de fanfare te horen geen inspeelwerk te mogen spelen. Om nog steeds niet opgehelderde reden is ons nooit verteld waarom, immers voor andere korpsen gold deze maatregel niet. Ook moest het korps door de aanwezigheid van radiomicrofoons verder dan normaal uiteen gaan zitten. De hele fanfare was hierdoor enorm aangeslagen hetgeen dus het resultaat niet ten goede kwam.

In 1987 droeg Piet Henssen zijn dirigeerstok over aan Frenk Rouschop uit St.Geertruid. In 1988 namen wij deel aan een internationale concertwedstrijd te Heist op den Berg. Onder leiding van de nieuwe dirigent werden 553 punten behaald; goed voor een eerste prijs met onderscheiding. In 1990 werd het geheel dunnetjes overgedaan resulterend in 528 punten. Deelname aan de superieure afdeling aan het Bondsconcours te Sittard. Resultaat 326,5 punten zijnde een eerste prijs met lof der jury.

In 1992 kregen wij met de benoeming en installatie van oud-dorpsgenoot Drs. G.H.J. Ruijters een nieuwe beschermheer.

In 1994 behaalde het korps wederom in de superieure afdeling op het bondsconcours van de Limburgse bond van muziekgezeldschappen in Weert een eeste prijs met lof der jury nu met 328 punten.

De kroon op ons werk is ongetwijfeld de formidabele score van 351,5 punten op het 13e Wereld Muziek Concours in Kerkrade op 19 juli 1997. Deze prijs waarmee wij ons wereldkampioen in de superieure afdeling mogen noemen, is met sierlijke letters bijgeschreven in het Gouden Boek van de gemeente Schinnen.

Op 17 januari 1998 behaalden wij met 338 punten het felbegeerde landskampioenschap in de superieure afdeling te Venlo. De voorgaande successen werden alle behaald onder leiding van de eminente dirigent Frenk Rouschop.

In 2001 namen wij wederom deel aan het Wereld Muziek Concours in Kerkrade onder leiding van Harry Vorselen, en speelden daar met de werken “Images” van Henk Badings en “Frightning White” van Rob Goorhuis, 94.30 punten bij elkaar wat resulteerde in een eerste prijs met onderscheiding, als ook een 2e plaats onder de 1e divisie fanfares. Ook in 2005 namen wij deel aan het WMC en behaalden daar het fantastische resultaat van 95.0 punten met de werken “Between the two Rivers” van Philip Sparke en “The Witches’ Cauldron” van Alexander Comitas.

De Koninklijke Fanfare St. Caecilia speelt momenteel in de eerste divisie en staat onder leiding van Chris Derikx.

Onder zijn leiding namen we in 2009 wederom deel aan het WMC met de werken “Dances to the Rhythm of Spring” van Hardy Mertens en “Chivalry” van Martin Ellerby, waarvoor we in totaal 95,83 punten onvingen, wat resulteerde in een 3e plaats in de eerste divisie en het hoogst aantal punten van alle Nederlandse deelnemers.

We schrijven het jaar 2013, een warme zomerdag, 14 juli 2013, Rodahal te Kerkrade. In de 1e divisie fanfare zullen dit jaar 14 fanfares deelnemen aan het WMC 2013.

Koninklijke Fanfare St Caecilia betreed om 10:00 s’morgens het podium, wederom onder leiding van Chris Derikx. Aan de rechterzijde van het podium staat een grote foto op een schildersezel. Een foto die alles te maken heeft met het verplichte werk in de eerste divisie fanfare, Vita Aeterna.

Vita Aeterna is een compositie van Alexander Comitas (Ed de Boer red.) en beschrijft het aardse leven en het leven in het hiernamaals van Jeffrey Lindelauf. Jeffrey Lindelauf was een getalenteerd euphonium speler bij de fanfare Puth. Door een tragisch ongeval, een epileptische aanval in bad, verdronk Jeffrey op 18 jarige leeftijd op 26 augustus 2010. De foto op het podium is van Jeffrey.

Aan de muzikanten en dirigent van de fanfare Puth de moeilijke opgave om onder zeer emotionele omstandigheden een perfecte uitvoering van de te spelen werken neer te zetten. De jury waardeert het optreden met zeer hoge punten: 96,33 punten voor het verplichte werk, 93,67 punten voor het keuze werk.

De eindscore, 95 punten, blijkt genoeg te zijn voor een tweede wereldkampioenschap in de eerste divisie fanfare.